Wat weet jij eigenlijk van jezelf als tennisspeler? Hoe goed ken jij jezelf? Dit is geen makkelijke vraag hoor, want je bent nog jong en dan moet je nog veel over jezelf ontdekken. Maar dat wil niet zeggen dat het niet leuk is om er eens over na te denken, en dat het slim is om te doen. Tenminste, als je beter wilt worden in het spelen van wedstrijden.
Het zit namelijk zo: als jij je er bewust van wordt hoe jij je voelt en gedraagt op de baan, dan kun je wat veranderen als dat nodig is. Óf het geeft je bijvoorbeeld zelfvertrouwen als je ontdekt dat je bepaalde eigenschappen hebt die juist heel gunstig zijn voor een wedstrijdtennisser.
Slow starter
Toen ik zo oud was als jij, trainde ik heel veel en speelde ik veel wedstrijden. Liever stond ik op de tennisbaan dan dat ik op school zat. Ik wist dat ik nooit proftennisser zou worden, maar wel wilde ik zo goed worden als ik kon. Dat vond ik leuk. En daar deed ik hard mijn best voor. Zo speelde ik bijvoorbeeld iedere zomer en winter veel toernooien. Doordat ik zoveel wedstrijden speelde, kreeg ik steeds meer ervaring. En ook gingen mij dingen van mezelf opvallen.
Op een goeie dag ontdekte ik dat ik een slow starter ben. Dat is iemand die in de wedstrijd langzaam op gang komt omdat ie nog moet wennen, en pas na een paar games de ballen pas ècht lekker gaat raken. Hoe ik me daarvan bewust werd? Misschien kwam het wel doordat ik een keer tegenover een meisje stond dat heel nonchalant inspeelde. Ze sloeg geen bal goed over het net. Ik ergerde me enorm, maar zei er niks van. In plaats daarvan stelde ik voor om te tossen en met de wedstrijd te beginnen. Ondertussen begon ik met een héél geïrriteerd gevoel aan de wedstrijd en bovendien was ik totaal niet opgewarmd.
'Zoiets moet me niet nog een keer gebeuren!' dacht ik op de fiets terug naar huis. De oplossing had ik vrij snel gevonden: voortaan moest ik me beter voorbereiden zodat het niet meer uitmaakte als ik tegenover iemand stond die niet serieus wilde inspelen. Ik moest dus vóór de wedstrijd altijd een goeie warming-up doen en het liefst eerder op de dag inslaan.
Zo was ik dus iets te weten gekomen over mezelf als tennisser. En doordat ik dit wist, kon ik mijn gedrag aanpassen. Dit kun jij ook. Maar op jouw leeftijd is het niet makkelijk om jezelf al zo goed te kennen. Daarom heb ik hieronder een 'ontdekkings-spelletje' gemaakt.
Ontdekkingsspelletje
Pak pen en papier. Sta bij ieder punt stil en schrijf een korte reactie. Lees daarna al jouw antwoorden terug en bekijk welk 'plaatje' er van jezelf is ontstaan.
Deel 1
- Ik wil per sé winnen.
- Ik heb een hekel aan verliezen.
- Ik ben vóór de wedstrijd altijd zó zenuwachtig dat ik de eerste paar games sta te trillen op mijn benen.
- Ik ben eigenlijk nooit zenuwachtig.
- Ik word op spannende momenten altijd zenuwachtig en daardoor verlies ik vaak het punt.
- Als ik in de wedstrijd vóór sta dan heb ik moeite om mijn voorsprong te behouden en de wedstrijd af te maken.
- Als ik in de wedstrijd vóór sta dan voel ik me zelfverzekerd en dan win ik meestal de partij.
- Als ik achter sta ga ik pas goed mijn best doen.
- Als ik achter sta raak ik ontmoedigd en geef ik op.
- Ik geef nooit op en ben een echte vechter.
Deel 2
- Ik word niet snel boos.
- Ik word wel eens boos maar dat helpt me juist om weer beter te gaan spelen.
- Als ik boos word dan kan ik mezelf niet meer kalmeren en verlies ik vaak mijn partij.
- Als ik heb verloren blijf ik na de wedstrijd lang mokken.
- Als ik heb verloren zit ik niet bij de pakken neer maar heb ik vrij snel zin in een volgende partij.
- Ik heb een goede warming-up nodig anders kom ik niet lekker in de wedstrijd.
- Ik doe nooit een warming-up voordat ik aan mijn wedstrijd begin.
- Ik kijk tegen mijn tegenstander op als hij of zij een hogere ranking of plaatsing heeft, en word dan onzeker.
- Het maakt me niet uit of mijn tegenstander een hogere ranking of plaatsing heeft.
- Ik vind het fijn als er veel mensen kijken.
- Ik wil het liefst op een baan spelen waar niemand me kan zien.
- Ik wil dat altijd mijn ouders of één van mijn ouders kijken.
- Mijn ouders mogen niet komen kijken naar mijn wedstrijd.
Deel 3
- Ik ben snel afgeleid door wat er om me heen gebeurt.
- Ik kan me meestal goed concentreren.
- Ik houd meer van vrij spelen en trainen dan van wedstrijden spelen.
- Ik heb bijna altijd lol in het spelen van een wedstrijd.
- Ik heb eigenlijk altijd wel veel zelfvertrouwen als ik een wedstrijd speel.
- Ik voel me best wel snel onzeker over mijn spel en de wedstrijd.
- Als ik de baan opga, dan zie ik wel hoe ik ga spelen.
- Als ik de baan opga, dan heb ik meestal wel een spelplan.
- Ik let op mijn tegenstander en ik zie wanneer hij boos wordt of zenuwachtig is.
- Ik let totaal niet op mijn tegenstander en ik heb geen idee hoe hij of zij zich voelt.
- Als het kan, dan pik ik wel eens een punt.
- Ik ben altijd heel eerlijk op de baan.
Sophie
Meer tips van Sophie?
Alle verhalen en tips staan in Zeker een Beker, de enige coach die in je tennistas past.
Bestel het Boek ← Meer tips